Minister liegt over kankerverwekkende uitstoot luchtvaart

Recentelijk heeft VVD-minister Mark Harbers (Infrastructuur) meerdere malen beweerd dat de uitstoot van kankerverwekkende stoffen door vliegtuigen valt onder de luchtvaartwet en niet onder de milieuwetgeving. Dat is een regelrechte leugen, zo blijkt uit eigen onderzoek van SchipholWatch. Het gaat – alleen al in de directe omgeving van Schiphol – jaarlijks om 280.000 kilogram giftige uitstoot, zo becijferden we eerder. Medio februari antwoordde Harbers op vragen van Kamerlid Lammert van Raan (PvdD) over de gevaarlijke uitstoot: “Emissies als gevolg van vliegtuigbewegingen worden niet tot de inrichting gerekend en vallen dus niet onder het Activiteitenbesluit. De minimalisatie- en informatieplicht geldt dus niet voor deze emissies. Emissies van vliegtuigen worden gereguleerd via de Wet luchtvaart.” We plaatsten al eerder vraagtekens bij deze zienswijze van de minister, omdat deze geheel indruist tegen het gezond verstand en zelfs tegen de letterlijke wetsteksten. Waarom zou immers uitstoot die voor miljoenen mensen gevaarlijk is, niet onder passende wetgeving vallen? In maart van dit jaar herhaalde Harbers zijn omstreden visie nog eens in de Kamer: “Op of nabij het platform komen ook zeer zorgwekkende stoffen (zzs) vrij bij activiteiten die zijn gerelateerd aan de vluchtuitvoering, dus bij het taxiën, starten en landen van vliegtuigen. Op deze activiteiten is de Wet luchtvaart van toepassing en niet de zzs-regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Taxiën, starten en landen maken dus geen deel uit van de omgevingsvergunning milieu.” Geen regels voor kankerverwekkende uitstootDe minister herhaalt dus keer op keer het standpunt dat vliegbewegingen niet onder de Wet milieubeheer zouden vallen, maar onder de eigen Wet luchtvaart van zijn eigen ministerie. Die wet zegt echter nauwelijks iets over de kankerverwekkende uitstoot. De meeste van de uitgestoten stoffen worden niet eens benoemd in de wet en van limieten aan de uitstoot ervan is dan ook geen sprake. Ook ontbreekt iedere verplichting het vrijkomen van die stoffen zoveel mogelijk te vermijden, daar periodiek over te rapporteren en zoveel mogelijk te minimaliseren. Dergelijke verplichtingen zijn wél opgenomen in de Wet milieubeheer. Inmiddels hebben we uitgebreid eigen onderzoek gedaan naar deze wetten en hun geschiedenis in het parlement. En komen we tot pikante bevindingen, die de recente uitspraken van de minister in een ander daglicht stellen. Eurlings beloofde andersIn 2008 blijkt toenmalig minister Eurlings in de Tweede Kamer gezegd dat de Wet milieubeheer wel degelijk van toepassing is, zoals ook verwacht mag worden. Eurlings wilde destijds geen extra verplichtingen voor de luchtkwaliteit opgenomen zien in de Luchtvaartwet die op dat moment werd herzien. “Wat betreft de luchtkwaliteit in Nederland is de Wet luchtkwaliteitseisen van toepassing. De gebieden rondom luchthavens zullen, net als rondom alle andere bedrijven in Nederland, aan de daarin vastgestelde eisen moeten voldoen”, werd toen beloofd aan de Kamer. “Het kabinet acht het daarom niet noodzakelijk dat door het Rijk extra regels worden voorgeschreven voor de luchtkwaliteit of de emissies van luchtverontreinigende stoffen door het luchthavenluchtverkeer.” Luchtvaartnota explicietDe recente uitspraken van Harbers staan dus loodrecht op de uitspraken van Eurlings destijds. Dit is staatsrechtelijk zeer discutabel. Maar Harbers’ omissies gaan nog veel verder, zo blijkt uit onze research. Bij de Ontwerp luchtvaartnota is in opdracht van het ministerie van I&W een milieueffectrapportage opgesteld. In dat document, in mei 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer, staat expliciet vermeld dat omwonenden van vliegvelden worden beschermd door de Wet milieubeheer. “De omwonenden van luchthavens worden – net als alle andere inwoners van Nederland – met wet- en regelgeving beschermd tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De belangrijkste wet daarbij is de Wet milieubeheer die grenswaarden stelt aan de concentraties van verschillende luchtverontreinigende stoffen zoals stikstofdioxide, fijnstof en van overige stoffen zoals CO, SO2 en benzeen. Voor ultrafijnstof bestaan vooralsnog geen normen.” Dit stuk is niet zomaar een document, maar onderdeel van de nota die het luchtvaartbeleid voor de komende 30 jaar tot 2050 vaststelt. Zo’n document is niet op een achternamiddag in elkaar gesleuteld. De burger en de Kamer moeten ervan kunnen uitgaan dat het stuk met grote zorgvuldigheid tot stand is gekomen en er geen fouten van dit formaat inzitten. In een volgend belangrijk stuk uit het luchtvaartdossier, de Luchtruimherziening, wordt in januari 2021 ook verwezen naar de Wet milieubeheer als regelgeving voor de luchtkwaliteit rond vliegvelden. Vragen, vragen, vragenDe antwoorden van de minister op vragen naar de kankerverwekkende uitstoot door het vliegverkeer roept dan ook vele vragen op. Hoe kan deze minister bij hoog en bij laag blijven beweren dat deze uitstoot niet onder de Wet milieubeheer valt? Kan hij dit onderbouwen met relevante stukken of wetsartikelen? Hoe verklaart de minister de tegenstrijdigheden met de uitspraken van toenmalig minister Eurlings in 2008? Met de teksten uit de milieueffectrapportage (MER) bij de Luchtvaartnota? Met de teksten uit de MER bij de luchtruimherziening? Het lijkt er dan ook sterk op dat de minister de Tweede Kamer (opnieuw) verkeerd heeft geïnformeerd met zijn brieven 2022D05844 en 2022Z01132. Zoniet, dan zou Eurlings de Kamer destijds van foute informatie hebben voorzien. Als Harbers denkt dat hij toch gelijk heeft, zal hij op zijn minst moeten uitleggen hoe al deze verschillende officiële stukken te verenigen zijn tot één sluitende opinie. Gezondheid van honderdduizenden op het spelSchipholWatch hoopt dat ook de Tweede Kamer het antwoord op deze vragen zal eisen van de minister. Het gaat immers om een belangrijk onderwerp: de gezondheid van honderdduizenden burgers die rond vliegvelden wonen. Wij vermoeden dat de minister geen sluitende verklaring kan geven op de tegenstellingen. Uit de wet en alle documentatie blijkt naar onze mening klip en klaar dat de Wet milieubeheer wel degelijk geldt voor de kankerverwekkende uitstoot van vliegtuigen. Dat zou ook niet meer dan normaal zijn. Als ons vermoeden bewaarheid wordt, krijgt dat verstrekkende gevolgen voor het luchtvaartbeleid. Groei van het vliegverkeer wordt dan per definitie onmogelijk. Immers verplicht de wet om de gevaarlijke uitstoot voortdurend te verkleinen. Dat kan niet (voldoende) met technische verbeteringen aan vliegtuigmotoren. Net als bij de stikstofproblematiek wordt dat een rem op de plannen van de vliegsector. Vaak alternatief transport mogelijkZelfs kan de juiste toepassing van de Wet milieubeheer leiden tot krimp van het vliegverkeer. In die wet staat immers de verplichting opgenomen de uitstoot zoveel mogelijk te vermijden met alle mogelijke middelen. De uitstoot van een vliegtuig kan voor veel reizen eenvoudig worden vermeden door te kiezen voor een alternatief als de trein. Daarmee is een goed alternatief voor handen, zoals bedoeld in die wet. Dat alternatief past bovendien prima binnen de missie van Schiphol. Die luidt immers ‘Connecting The Netherlands’ en stelt niet dat dat verbinden per se met het vliegtuig moet gebeuren. Daarbij is Schiphol al een knooppunt voor hoogwaardig internationaal vervoer per spoor en is vervanging van zoveel mogelijk vliegverkeer door de trein een officieel beleidsdoel van onze regering en van de Europese Unie. De overstap van vervuilende vervoersvormen naar schonere alteratieven noemt de overheid een ‘modal shift’. Zo’n shift acht de politiek belangrijk en wordt vaak besproken in de Tweede Kamer, getuige de eindeloze rij aan documenten over dit onderwerp, ook in combinatie met Schiphol. Einde van de hubOok niet onbelangrijk: vanuit de Wet milieubeheer kunnen grote vraagtekens worden gezet bij de wenselijkheid van Schiphol als hub. Uitstoot van giftige stoffen kan immers voor een belangrijk deel worden voorkomen door minder overstappers op Schiphol te faciliteren. Het lijkt er sterk op dat de ambtenaren van I&W zich terdege bewust zijn van het feit dat de uitstoot van kankerverwekkende stoffen een volgende barrière is voor groei van de aldaar zo geliefde luchtvaartsector. En dat zij daarom de minister naar de Tweede Kamer hebben gestuurd met misleidende informatie. Aan de Kamer om dit tot op de bodem uit te zoeken. Deze bewindspersoon moest immers in 2019 ook al eens zijn functie neerleggen nadat hij de Kamer verkeerd had geïnformeerd.
09 mei 2022, 09:30