Boze burgers starten fijnmazig meetnetwerk vliegherrie

Een groep boze burgers start een eigen netwerk van meetpunten voor vliegtuiglawaai. Ze hebben geen vertrouwen in de Nomos-meetpunten van Schiphol. Zeven gemeenten in het Groene Hart plus de provincie Zuid-Holland zorgen voor de financiering. Het netwerk wordt professioneel opgezet, onder begeleiding van de Technische Universiteit Eindhoven en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De techniek is gebaseerd op de app Explane van SchipholWatch. De burgers hebben vooralsnog twee jaar uitgetrokken voor de proeffase. Daarna moet duidelijk zijn of er met een groot netwerk van eenvoudige geluidsmeters en bijpassende dataverwerking betrouwbaarder geluidskaarten te produceren zijn. Het project zal ook grote hoeveelheden meetgegevens opleveren van verschillende typen vliegtuigen. Die data wil de groep gaan vergelijken met de nu gebruikte gegevens voor de berekeningen van vliegherrie, afkomstig uit een database van vlieglobbyclub ICAO. Schiphol-metingen onbetrouwbaarHet netwerk wordt opgezet omdat de bewoners de berekeningen van Schiphol niet vertrouwen. Zo wordt er nu gecalculeerd met geluidsgegevens van nieuwe vliegtuigen zonder belading, terwijl deze situatie in de praktijk nauwelijks voorkomt. De groep hekelt het gebruik van de ‘officiële’ Nomos-geluidsmetingen door Schiphol. “Die metingen spelen geen rol in handhaving of ontwikkeling van beleid”, aldus de bewoners. Het RIVM wil de nieuwe meetstations integreren in een ‘hybride’ meetnetwerk waarin de geijkte meters gecombineerd worden met de metingen door een groot aantal eenvoudige geluidsmeters. De dure meetpunten vormen daarin de ijkpunten, de eenvoudige meters kleuren de meetgegevens nauwkeuriger in, zo is de verwachting. Directe koppeling met lawaaimakerBij de nieuwe meetposten registreert een softwareprogramma elke seconde het aantal decibellen dat de microfoon meet. Wanneer tien keer achtereen een geluidniveau wordt gemeten boven een bepaalde drempel, wordt via de database van het OpenSky Network gekeken of er een vliegtuig passeert. Bij een match worden per meting de transpondergegevens opgeslagen, met daarbij vliegtuigtype, vliegrichting en -hoogte, dalings- of stijgingscoëfficiënt, plus het maximaal gemeten geluidsniveau in decibel. De meetpunten van de burgergroep kosten 150 euro per stuk. Geijkte meetpunten kosten al gauw tienduizenden euro’s. In eerste instantie worden de meetpunten getest in een laboratorium, waarna op beperkte schaal een veldtest wordt uitgezet. Vervolgens zal dit netwerk steeds verder worden uitgebreid met tientallen, mogelijk honderden meetpunten. Meer informatie via een DM aan Twitter-account @Annette_denkt.
23 februari 2022, 14:03