Uitstoot kankerverwekkende stoffen Schiphol tot 15 keer boven norm

De uitstoot van kankerverwekkende stoffen door Schiphol ligt tot vijftien keer hoger dan gemiddeld in ons land. Dit blijkt uit antwoorden van minister Barbara Visser (VVD) op een brief die SchipholWatch twee maanden geleden aan haar stuurde. SchipholWatch stuurde de brief aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) nadat staatssecretaris Steven van Weyenberg (D66) had aangegeven de situatie rond Tata Steel onacceptabel te vinden. Vorige week antwoordde minister Visser op verzoek van de Tweede Kamer in een brief die meer vragen oproept dan antwoorden geeft. SchipholWatch moest haar antwoord via de media vernemen, de minister vond het kennelijk niet nodig haar antwoorden te sturen aan de vragensteller. Van Weyenberg stelde ruim twee maanden geleden dat de veiligheid en gezondheid van omwonenden van Tata Steel voorop zouden moeten staan en dat er geen toekomst voor het staalbedrijf zou zijn als het bedrijf zo vervuilend blijft als het nu is. Meer kankerverwekkende uitstoot dan TataWij vroegen hem en de minister de vergelijking te maken met Schiphol, waarvan de uitstoot van met name ‘zeer zorgwekkende stoffen’ – Haags jargon voor kankerverwekkende stoffen – in sommige gevallen zelfs ver boven die van Tata uittorent. In haar antwoord durft Visser er niet op in te gaan. Ze volstaat met een tabelletje waarin de uitstoot van gevaarlijke stoffen wordt vergeleken met de uitstoot ervan in heel Nederland. De uitstoot van Schiphol wordt hierin weergegeven als percentage van de uitstoot van heel het land. Dat percentage loopt – afhankelijk van de stof – uiteen van 0,2 tot 1,1 procent. Kennelijk wil de minister hiermee suggereren dat het allemaal wel meevalt met die uitstoot, maar letterlijk zeggen doet ze het niet in haar antwoord. Ze ontwijkt die conclusie wijselijk en laat het graag aan de lezer toe of dat veel of weinig is. Willekeur in beleidOok ontwijkt ze de vraag waarom een gevaarlijke situatie rond Tata Steel niet acceptabel is, maar rond Schiphol wél. Dit duidt op een grote willekeur in beleid. De ernst van situaties verschilt kennelijk tussen vervuilers onderling, tussen omwonenden op de ene plek en op de andere en tussen het beleid van een staatssecretaris en dat van een minister binnen één ministerie. Wat ook onvermeld blijft in de tabel is dat de uitstoot van Schiphol om vage redenen – en tegen de regels van de Europese Unie in – slechts wordt meegenomen tot een vlieghoogte van 3000 voet (circa 900 meter). Daarboven wordt de uitstoot niet meer meegerekend, maar die is er natuurlijk wel degelijk. De minister spreekt dit tegen in haar brief, maar zij verwijst hiervoor naar verouderde EU-regels. Wat onvermeld blijft is dat de uitstoot van Schiphol plaatsvindt op een zeer klein oppervlakte, namelijk vooral op de uitvliegroutes van Schiphol. De grootte van dat gebied is ruwweg te berekenen. Hoge concentraties gifstoffenWanneer een vliegtuig start vanaf de landingsbaan, heeft het ongeveer 8 kilometer nodig om op de hoogte te komen van 3000 voet, de hoogte waarin alle meegenomen uitstoot wordt gepleegd. Vlak na de start is de concentratie het hoogst, omdat het vliegtuig zich nog laag boven de grond bevindt. Naarmate het vliegtuig stijgt, wordt het verspreidingsgebied van de zeer zorgwekkende stoffen groter omdat weer en wind vat krijgen op de kankerverwekkende stoffen. Aannemende dat het verspreidingsgebied nihil is op de startbaan en uitwaaiert tot 1 kilometer breedte bij 900 meter hoogte, ontstaat zo een gebied met een oppervlakte van vier vierkante kilometer. Schiphol heeft vijf veelgebruikte startbanen dus wordt de totale hoeveelheid meegerekende zorgwekkende stoffen op een gebied van 20 vierkante kilometer uitgestort. Van het zeer kankerverwekkende benzeen wordt door Schiphol jaarlijks 6.448 kilogram uitgestoten, volgens de brief van de minister ‘slechts 0,3 procent’ van wat er in heel Nederland wordt uitgestoten. Maar die bijna 6,5 ton komt terecht op 20 km2. Dat is gemiddeld 320 kilogram Schiphol-benzeen per vierkante kilometer per jaar. Voor heel Nederland geldt een uitstoot 2.043.000 kilogram benzeen. Maar ons land heeft een oppervlakte van 41.543 vierkante kilometer, zodat er gemiddeld 49 kilogram benzeen per vierkante kilometer wordt uitgestoten. Die 49 kilogram geldt overigens ook voor de uitstoot onder de uitvliegroutes vanaf Schiphol, dus kan worden opgeteld bij de 320 kg die alleen Schiphol veroorzaakt. De gemiddelde uitstoot onder die uitvliegroutes komt daarmee op 370 kilogram en is daarmee ruim 7,5 keer hoger dan in de rest van ons land. Het valt níet meeHet valt dus helemaal niet mee met die uitstoot. Omwonenden onder de uitvliegroutes van Schiphol krijgen gemiddeld 7,5 keer zoveel kankerverwekkend benzeen te verduren als andere burgers. En dat is slechts een gemiddelde. Wijken die dichter bij Schiphol liggen, en waar vliegtuigen dus onder de 900 meter hoogte overheen stijgen, zoals het Amsterdamse Buitenveldert of Amstelveen-Noord, krijgen te maken met een uitstoot die nog veel hoger ligt – tot wel 15 keer zoveel als gemiddeld. Eenzelfde rekensom kan worden gemaakt voor andere zorgwekkende stoffen als naftaleen en zwaveloxyden (Schiphol verzorgt hiervan één procent van de totale uitstoot van Nederland), niet-methaan vluchtige organische stoffen (deels ook kankerverwekkend) en stikstofoxyden. Om over het problematische ultrafijnstof nog maar te zwijgen. Gezondheid burgers opgeofferd voor SchipholDe conclusie mag duidelijk zijn: hoewel de minister suggereert dat het wel meevalt met de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen door het vliegverkeer vanaf Schiphol, blijkt die uitstoot zomaar een ordegrootte hoger te zijn dan elders in ons land. Omwonenden van het vliegveld worden dagelijks blootgesteld aan veel hogere concentraties giftige stoffen dan andere burgers van Nederland. Diverse onderzoeken van RIVM en de GGD’s in de regio hebben de gevolgen hiervan allang in kaart gebracht, maar Den Haag weigert conclusies te trekken uit deze feiten. De overheid offert welbewust de gezondheid van omwonenden op aan het vermeende economische belang van een overbemeten vliegveld. In de komende periode publiceren we een aantal analyses van de antwoorden van de minister op onze brief. Op 17 november aanstaande wordt de brief besproken in de Tweede Kamer.
15 november 2021, 16:33